Het water
De verdere voorbereidingen bestaan natuurlijk uit het checken van het materiaal en het doen van de nodige boodschappen. De avond voor vertrek heerst er een gezonde spanning en lukt het moeilijk om in slaap te komen. Toch is het de wekker die me moet wekken en na een lekkere douche en een stevige kop koffie zijn mijn vriendin en ik dan vertrokken.
We zijn goed geluimd en de 500 kilometers vliegen voorbij. Het zweet kruipt langzaamaan in mijn handen bij het passeren van de laatste gehuchtjes, al helemaal wanneer het watertje in zicht komt. Ik heb gekozen voor een klein water omdat ik weet dat dit eerder succes geeft in deze tijd van het jaar dan bijvoorbeeld een groot meer, of een rivier. Ik sta te popelen om direct te beginnen, maar ik beheers me en investeer tijdens deze eerste dag vooral in het zoeken naar interessante stekken: harde platen onder overhangende takken, grindplateau’s, maar ook kuilen kunnen echte hot spots zijn.
De rubberboot komt er aan te pas om de verdere stekken in kaart te brengen. Ik zet ondertussen de waypoints in de GPS van de voerboot, zodat ik de rest van de dagen niet telkens met de rubberboot het water hoef op te gaan. Daarmee behoud ik ook de meeste rust op het water, dan neem ik die 120 meter uitvaren met de radiografische boot maar voor lief. Bovendien kan ik hiermee veel beter compacte voerplekjes creëren.
Hard werken loont
Een gevonden grindplateau wordt aangevoerd, maar pas 24 uur later door me bevist. Wel vis ik met drie hengels alvast op andere hotspots, het vertrouwen is best groot!
Na een stevig bord pasta duiken we met een volle maag de slaapzak in. ’s Nachts valt er flink wat regen uit de hemel, maar lijkt het erop dat de vis er door geactiveerd wordt. Ik vang zelfs mijn eerste vis. Tijdens de koffie in de ochtend zie ik steeds meer actieve vis en stijgt daarmee het vertrouwen. Dus karper is losser dan ik dacht, alleen komt er steeds meer wind en regen.