De sessies die volgen verlopen allemaal uit het boekje. Evert Aalten zou trots zijn: ik voer telkens mijn bolletjes om de stekken vervolgens één voor één leeg te rossen. Meerdere knappe dertigers passeren de revue, maar de kers op de taart, de ‘Big Mamma’ nog moest komen…
Het is begin december als ik de boot stap om de stekken weer keurig te voorzien van de nodige bolletjes. De temperatuur is aangenaam en ik kan het niet laten om toch een rondje over de plassen te varen. “Wie weet kom ik wel een nieuw stekje tegen”, dacht ik bij mijzelf. Wat mij het afgelopen najaar is opgevallen is dat alle stekjes tegen de obstakels aan het beste liepen.
Toen ik al een poosje op het water zat, zag ik in de verte een aantal takken uit het water steken. Op dat moment gaat een belletje rinkelen en dacht ik: “Dit kan wel eens zo’n meesterlijke stek gaan worden!”. Ik zet de dieptemeter aan en pak de prikstok erbij. Na een aantel keer steken kom ik er achter dat ik op een verzonken eiland gestuit ben. Snel voorzie ik deze stek van wat bollen en besluit ik om niet direct het aankomende weekend deze stek te gaan bevissen, maar om deze nog een extra week aan te voeren.
“Dit kan wel eens zo’n meesterlijke stek gaan worden!”
Deze stek ligt een behoorlijk eind bij de haven vandaan. Het is dus niet echt ideaal om ’s avonds in het donker iedere keer de grote plassen over te varen. Maar goed, op hoop van zegen dan maar! De werkweek loopt op zijn einde en de eerste nacht op de nieuwe stek komt in zicht. De boot plaats ik op de juiste positie en de hengels worden gereed gemaakt. Na een half uur ploeteren ligt alles op scherp en kan de biefstuk gebakken worden!
De uren tikken weg, maar de sounderbox blijft stil. Langzamerhand begin ik steeds meer twijfels te krijgen of dit nou wel de juiste zet geweest. Onder het motto van “wie niet waagt blijft maagd” hoop ik op het beste. Ik besluit dan ook om vroeg te gaan slapen en binnen enkele minuten ben ik al ‘weg’. Rond een uur of 12 krijg ik plots een paar piepen op de sounderbox en het rode lampje begint te branden. Het rode lampje is altijd de hengel die tegen de obstakels ligt, dus vlieg ik naar buiten en gris de stok van de steunen. Een prachtige uitzetvisje mag na een korte foto weer zwemmen. Dit tafereel herhaald zich nog 3 keer en om 04:30 staat de teller op 4 uitzetvissen. Een leuk aantal, maar nu wordt het toch tijd voor die BAK!
Enkele uren later begint de sounderbox weer te piepen en kleurt de boot van binnen wederom rood. De hengel tegen de obstakels gris ik uit de steunen en de zware bonken op de top geven mij een smile op mijn gezicht. Langzaam begin ik meter voor meter lijn te winnen. Wanneer ik de vis ver genoeg van de obstakels vandaan heb, besluit ik om de vis verder in de rubberboot af te drillen. Enige minuten later dobber ik in de rubberboot boven een geweldig spiegel! De dril verloopt fantastisch en het is gewoon wachten tot de vis zich gewonnen geeft. Enkele minuten later steek ik mijn net onder een zwaar geblokte spiegel. Een last valt van me schouders, hij is binnen! Met een euforisch gevoel vaar ik terug richting mijn RUKBUNKER ;).
“Een last valt van me schouders, hij is binnen!”